Anesthesie in Het Oogziekenhuis


Bij een operatie in Het Oogziekenhuis Rotterdam wordt er een vorm van anesthesie gekozen. Dit kan plaatselijke verdoving (loco-regionale techniek) zijn, of algehele anesthesie (ook wel bekend als narcose). Hieronder willen we u meer uitleg geven over de anesthesievormen.

Plaatselijke verdoving

Bij een plaatselijke verdoving wordt alleen uw oog verdoofd. U blijft tijdens de operatie bij bewustzijn, maar u zult geen pijn ervaren. Indien u een plaatselijke verdoving krijgt voor de operatie aan uw oog kunt u van te voren gewoon eten, drinken en uw medicijnen innemen, tenzij de anesthesioloog, internist of oogarts hier andere afspraken met u over heeft gemaakt.

Er zijn twee vormen van plaatselijke verdoving die gebruikt worden in Het Oogziekenhuis: druppelanesthesie en retrobulbaire anesthesie.

Druppelanesthesie

De plaatselijke verdoving wordt gegeven door middel van druppels, en zorgt ervoor dat u kunt blijven zien en uw oog kan bewegen. Tevens houdt u gevoel in de huid rondom het oog en oogleden.

Retrobulbaire anesthesie

Uw oog wordt door een injectie ('prik') onder het oog pijnloos gemaakt. Om u de hinder van de injectie te besparen, krijgt u van de anesthesioloog een premedicatie in de vorm van een kortwerkend slaapmiddel.

Na de verdoving wordt uw oog ongevoelig voor pijn en bewegingloos. Het gezichtsvermogen vermindert. Dit zijn tijdelijke gevolgen van de verdoving.

Algehele anesthesie

Bij algehele anesthesie krijgt u een slaapmiddel via een infuus toegediend. U gaat slapen en wordt pas na afloop van de operatie weer wakker.

De algehele verdoving wordt in Het Oogziekenhuis toegepast bij:

  • kinderen;
  • operaties aan beide ogen tegelijk;
  • langdurige operaties;
  • ongevallen aan het oog;
  • operaties welke moeilijk onder plaatselijke verdoving kunnen worden uitgevoerd.

Als het voor de betreffende operatie niet absoluut noodzakelijk is, is deze vorm van verdoving niet aan te raden bij patiënten met ernstige gezondheidsproblemen. Dit zal per patiënt en per operatie beoordeeld worden.

Als u onder algehele verdoving geopereerd wordt, krijgt u in Het Oogziekenhuis geen 'zware' verdoving. Dit is voor operaties aan het oog niet nodig. Indien nodig passen wij ook nog een plaatselijke verdoving toe terwijl u slaapt. Dit doen we om de pijn tijdens en na de operatie te bestrijden.

Bij algehele anesthesie mag u gedurende 6 uur vóór de opname niets meer eten. Tot 4 uur voor de opname mag u nog wel water, thee (zonder melk of suiker) of heldere sappen (zoals appelsap) drinken.

Het is belangrijk om, voor u naar de operatiekamer gebracht wordt, eerst goed uit te plassen. Indien dit niet gebeurt, kan het plassen na de operatie moeilijker gaan dan normaal. Het kan nodig zijn de blaas met een katheter leeg te maken.

De anesthesioloog

Tijdens de operatie bewaakt de anesthesioloog alle belangrijke lichaamsfuncties, zoals ademhaling, bloedcirculatie en temperatuurregulatie en stuurt zo nodig bij. De anesthesioloog zorgt ook voor het op peil houden van uw vochtgehalte en de stolling van uw bloed.

De anesthesioloog krijgt assistentie van anesthesiemedewerkers. Samen houden ze u onafgebroken onder controle, vanaf het moment dat u op de operatieafdeling arriveert tot het moment dat u de afdeling verlaat. De pijnbestrijding na de operatie wordt door de anesthesioloog geregeld.

Risico bij verdoving

Elke verdoving heeft een risico. Het is wetenschappelijk aangetoond dat complicaties als gevolg van de verdoving in 1 op de 10.000 operaties voorkomen. Het is van belang dat u bij het intakegesprek de bij u bekende allergieën kenbaar maakt.

Het is voor uw eigen veiligheid van groot belang dat er een begeleider met u meekomt naar Het Oogziekenhuis.

Keuze van anesthesie

Uw oogarts stelt u een vorm van verdoving voor. U wordt verzocht zelf kenbaar te maken welke anesthesievorm uw voorkeur heeft. Het definitieve besluit welke verdoving voor u het beste is, gaat in overleg met u, de oogarts en anesthesioloog. Hierbij spelen uw gezondheid, medicijngebruik en de soort behandeling een rol.

Bloedverdunnende medicijnen

Als u onder behandeling bent van de Trombosedienst, dient u meestal vóór de operatie de bloedverdunnende medicijnen te stoppen. De voor u geschikte procedure wordt tijdens de screening door de internist uitgelegd.

Eventuele aanvullende onderzoeken

Op basis van de gegevens verkregen tijdens de intake bij de verpleegkundige bepaalt de anesthesioloog of aanvullende onderzoeken (bijvoorbeeld laboratoriumonderzoek, een hartfilmpje, een thoraxfoto of een consult bij de internist) nodig zijn. Het kan zijn dat de anesthesioloog het noodzakelijk vindt een afspraak met u te maken voor een verder preoperatief onderzoek. Als u vragen heeft over de aan u voorgestelde soort verdoving, dan kunt u hierover altijd met een anesthesioloog spreken. U kunt dit tijdens uw screeningsbezoek kenbaar maken aan de verpleegkundige.
 
Wanneer u eerder bent geopereerd in Het Oogziekenhuis, is het zeer belangrijk in de vragenlijst te vermelden of er zich na uw laatste oogoperatie c.q. recente poliklinisch bezoek nog wijzigingen in uw gezondheidstoestand hebben voorgedaan. U kunt daarbij denken aan verslechtering van uw algemene conditie, recente visites aan cardioloog, neuroloog of internist, het gebruik van nieuwe medicijnen en het gebruik (onder controle van de Trombosedienst) van bloedverdunnende medicijnen.

Op de dag van de operatie zal de anesthesioloog een kort gesprek met u hebben. Hij of zij zal opnieuw enkele vragen stellen over uw gezondheid en kan eventuele vragen van uw kant beantwoorden. Het kan zijn dat op de dag van de operatie nog aanvullende onderzoeken worden verricht en/of na overleg de anesthesie vorm wordt aangepast.

Sluit de voorlees functie