Huisvesting door de eeuwen heen
Nadorststraat, 1874
Dr. De Haas leverde zelf het eisenplan voor dit 24-beds
ziekenhuis, een symmetrisch gebouw met twee etages en een centrale
hal. Links op de begane grond was de polikliniek en rechts de
keuken, badkamer en magazijnen. Op de eerste verdieping de
verpleegafdelingen, links voor de vrouwen en rechts voor de
mannen.
De ziekenoppassers hadden een aparte ruimte, een noviteit. Boven de
ingang lag de OK. De aanbesteding geschiedde in 1873 voor de som
van Hfl.35.000,-. Op 6 juni 1874 werd het gebouw zonder al te veel
vertoon geopend. In 1891 werd een nieuwe polikliniek in gebruik
genomen. In 1898 werd een uitbreiding gerealiseerd waarbij de
capaciteit steeg naar 69 bedden.
Oostmolenwerf, 1915
Door een gift van Hfl.225.000,- van Vrouwe Maria Carolina
Blankenheym werd het de Vereniging Inrichting voor Ooglijders
mogelijk een nieuw oogziekenhuis te bouwen aan de
Oostmolenwerf.
De architecten, de heren A. Nolen en C. Kromhout, ontwierpen
een zeer stijlvol ziekenhuis. Een gebouw met veel licht, veel
glas-in-lood ramen, veel marmer en natuursteen. Niet zo somber als
Het Oogziekenhuis aan de Nadorststraat. De opening was in
1915 . Het gebouw had een capaciteit van 68 bedden.
De polikliniek aan de achterzijde had een aparte ingang. Hier lagen
ook een septische operatiekamer en een verbandkamer. De eerste en
tweede etage waren bestemd voor algemene dienst en verpleging. Op
de derde etage lag de keuken.
Westersingel, 1940
Het herenhuis op huisnummer 107, was eigendom van dhr. Van der
Vorm, bestuurlid van de Stichting voor Ooglijders en later
directeur van de Holland-Amerika Lijn. Het ziekenhuis ging onder
primitieve omstandigheden van start.
In het gebouw werden 28 bedden geplaatst. Op de tweede verdieping
was de operatiekamer, gehuisvest in een oude slaapkamer. In de
badkamer werd gesteriliseerd. De inventaris was op karren gehaald
uit de ruïnes aan de Oostmolenwerf. De polikliniek werd
ondergebracht in het souterrain van een nabijgelegen instituut.
Schiedamse Vest, 1948
In het najaar van 1940 werden de voorbereidingen getroffen voor
een nieuw ziekenhuis met 85 bedden.
De architect ,de heer A. van der Steur, tekende een nieuw
ziekenhuis gelokaliseerd op een terrein tussen de Baan en de
Schiedamse Singel. Kosten werden geraamd op Hfl. 840.000,-.
Op 2 april 1942 werd de eerste paal geslagen door de
aannemersmaatschappij J.P. van Eesteren. In mei 1943 werd op last
van de bezetters gestopt met de bouw. Alle materialen werden in
beslag genomen.
Na de bevrijding werd de bouw hervat en uiteindelijk opende de
toenmalige burgemeester P. J. Oud op 15 december 1948 het nieuwe
oogziekenhuis. Het gebouw was hoefijzervormig, had vijf etages en
101 bedden. Het was daarmee het grootste oogziekenhuis in
Nederland. Op de diverse verpleegafdelingen waren 57 bedden
voor de derde-klas verzekerden en 25 bedden voor de eerste-klas en
tweede-klas verzekerden. De kinderafdeling beschikte over 15 bedden
en 4 wiegen. Om hygiënische redenen was de OK op een aparte
verdieping gevestigd. Kliniek en polikliniek waren
gescheiden.
Alle wanden waren betegeld; een noodzakelijk geachte hygiënische
maatregel. Doordat de oogpatiënten zich langs de wanden
voortbewogen, moesten deze makkelijk schoon te maken zijn. Ook qua
instrumentarium voldeed het ziekenhuis aan alle moderne eisen.
Uitbreiding Schiedamse Vest, 1955
De toenemende patiëntenstroom was uitbreiding noodzakelijk. Die
werd gevonden aan de noordzijde van het ziekenhuis. Architect van
der Steur was overleden, maar zijn opvolger G. Drexhage handhaafde
zijn bouwstijl.
De eerste steen werd 2 december 1954 gelegd. De vleugel had twee
verdiepingen minder dan het bestaande gebouw. De uitvoering was
wederom opgedragen aan aannemingsmaatschappij J.P. van Eesteren. Op
de begane grond werd de polikliniek gevestigd. Daarnaast was het
oogziekenhuis: twee operatiekamers, een laboratorium en acht
ziekenzalen met in totaal 62 bedden rijker.
Eind 1956 werd het nieuwe complex geopend door mevrouw J.M. van
Walsum-Quispel, de echtgenote van de burgemeester.
William Boothlaan, 1967
In 1965 werd duidelijk dat de bestaande accommodatie te klein
werd. De uitbreiding werd gevonden in het aan de overzijde gelegen
vrijgekomen pand van de drukkerij de Tijd-Maasbode. In 1967 werd
hier een oogheelkundige polikliniek opgetrokken met twaalf
onderzoekskamers, een kleine operatiekamer en huisvesting van
de afdelingen perimetrie en orthoptie.
In 1972 werd een deel van de tweede, in 1974 een deel van de derde
etage en begin 1990 werd tenslotte het gehele pand van dit
pand gehuurd. In 2004 werd de huurovereenkomst opgezegd.




